Taboe doorbroken, accountant vertelt

Tuchtklacht van het BFT

Heel lang getwijfeld. Zal ik het doen en jullie nog meer een inzicht geven in wie ik ben? Laten zien dat ik ook heel zwak kan zijn? Mijn onzekerheden en twijfel laten zien?

Je merkt het al, ik heb besloten om het wél te doen. Omdat ik weet dat ik niet de enige ben. Want er rust zo'n groot taboe op wat mij overkomen is, dat ik het toch met jullie wil delen.

Anja Wansink
Anja Wansink

In mijn vorige blogs merkten jullie al dat ik 'draai' op emotie. Passie. Dát is mijn energie om met veel plezier mijn werk te verrichten. Maar het scheelde niet veel of ik had het bijltje er bij neer gegooid. Letterlijk mijn AA titel aan de wilgen gehangen, als mijn klager zijn zin kreeg.

Iedereen heeft in zijn of haar leven wel eens iets gedaan wat niet mocht. Ook ik. Regels zijn er om je aan te houden en, af en toe, te overtreden. Maar altijd in perspectief. Waar ik me schuldig aan maakte? Harder rijden dan toegestaan, en ik nam eens een kruidenzakje mee dat bij de slager op de grond lag. Zes was ik, en mijn moeder liet me het zakje weer terugbrengen. Wat schaamde ik mij diep! Maar mijzelf voor de rechter verantwoorden: nee, dat leek mij niks. Zover zou ik het nooit laten komen! Daar wilde ik me verre van houden.

Iedereen heeft wel eens iets gedaan wat niet mocht

Leek en wilde. Ja, je leest het goed: ik ben die ervaring nu rijker. En dat juist in de uitoefening van mijn beroep als accountant, waar ik (in mijn beleving) altijd de fundamentele beginselen goed in acht hield én houd.

Wat gebeurde er?

Op een zorgeloze woensdag in oktober 2012 stapte het BFT (Bureau Financieel Toezicht) ons kantoor in Rijssen binnen. En daarmee stapte ik in een ruim 4 jaar durende rollercoaster. Op basis van een ander onderzoek stuitte het BFT op een aantal transacties bij een klant van mij. Het BFT vond die transacties zo bijzonder dat onze vestiging ook met een bezoekje werd vereerd.

Het BFT is gemachtigd om je dossiers in te zien dus ik, ruw verstoord van mijn vrije dag, mocht op de vestiging komen om uitleg te geven over dossiers die inmiddels drie à vier jaar oud waren.

Toen werd al heel snel duidelijk dat een goede vastlegging essentieel is. Maar hoe goed je ook je best doet, achteraf blijkt hoe goed jouw vastlegging daadwerkelijk is geweest. Of juist niet.

Het BFT vond ze ongebruikelijk

Het BFT vond de transacties die het gevonden had 'ongebruikelijk'. Voor ons accountants (en andere financials) geldt dat, wanneer wij een transactie als ongebruikelijk kwalificeren, wij deze moeten melden bij de FIU (Financial Intelligence Unit). En dat had ik niet gedaan, want ik vond de transacties niet ongebruikelijk.

Ze dienden een tuchtklacht tegen mij in

Het was nooit en te nimmer in mijn gedachten opgekomen om deze te melden. En ja, ik kende de regels. Die had ik netjes geleerd. En mij er aan gehouden. Dacht ik.

Gefaald als accountant

Een lang, zenuwslopend traject ging van start. Het maakte niet uit welke verklaringen en/of argumenten wij aandroegen, het standpunt van het BFT bleef: ongebruikelijke transactie en ik had als accountant gefaald dat te melden. De Jong & Laan schakelde voor mij een advocaat in. Een heel fijne man, die mij geruststelde dat de soep nog niet zo heet gegeten werd en dat dit wel goed moest aflopen. De casus was volgens hem wel zo duidelijk dat het BFT tot inzicht moest komen.

Ik moest me verantwoorden voor de Rechtbank in Zwolle

Maar het BFT kwam niet tot inzicht. Na de nodige correspondentie over en weer kwam het bericht (in april 2014) dat het BFT een tuchtklacht tegen mij had ingediend bij de Accountantskamer. Nu werd het dus écht serieus en ik moest me verantwoorden voor de rechtbank in Zwolle. De rollercoaster, waar ik in oktober 2012 was ingestapt, ging nog een stukje sneller... Uitstappen onmogelijk!

Vreselijke onzekerheid

In september 2014 was de zitting. Inmiddels voelde ik me wel gesterkt in hoe het dossier nu opgebouwd was. Ik heb het wel 1.000 keer doorgenomen, navraag gedaan bij collega's, overlegd met ons hoofd vaktechniek. Mijn overtuiging dat ik niets verkeerds gedaan had, groeide. Maar tijdens de zitting bleef daar werkelijk niets van over.

De manier waarop ze me daar neerzetten, was onvoorstelbaar. Ja, natuurlijk hoort dat bij het hele spel. Alleen was ik nu lijdend voorwerp en dat voelde op zijn zachts gezegd niet prettig.

Vooral wanneer er zaken werden beweerd die pertinent niet waar waren. En oh, er zaten ook nog 2 journalisten in de rechtszaal. Hoe zouden zij mijn verhaal in de publiciteit brengen? Wat krijgen mijn klanten en mijn omgeving daar van mee? Wat zouden zij dan van mij vinden en kan ik dan nog wel mijn werkzaamheden verrichten? Onzekerheid ten top!

Na een zitting van 4 uur stuurden ze ons huiswaarts met het bericht dat de uitspraak zou volgen. Nou, die kwam! Een half jaar later. Een enorm lange periode om te moeten wachten. Maar gelukkig was de uitspraak voor mij positief! De klacht werd ongegrond verklaard. Blijdschap alom en een last die van mijn schouders viel.

Die blijdschap bleek van korte duur

Tot juli 2015. Ik ontving het bericht dat het BFT beroep had aangetekend tegen de uitspraak. Opnieuw de rollercoaster in, het tempo werd opgevoerd. Na correspondentie over en weer, diende in september 2016 het beroep bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven in Den Haag. Een stralend mooie, warme dag. En dat is ook echt het enige positieve wat ik aan die dag kan toedichten.

Opnieuw trokken ze alles uit de kast om te bewijzen dat ik gefaald had als accountant

Opnieuw werd door het BFT alles uit te kast getrokken om de rechter er maar van te overtuigen dat ik gefaald had als accountant. Ik voelde me in en in slecht. Terwijl ik eigenlijk beter moest weten. Na het verweer van mijn advocaat stelden de rechters nog wat vragen aan mij. Maar het was inmiddels 2016 en op vragen hoe ik iets ervaren had in 2008, daar kon ik geen antwoord op geven. Wie kan dat wel?

Gebroken verliet ik de rechtszaal, totale onzekerheid.

Het bizarre was wel dat het BFT na het verlaten van de rechtszaal hun klauwen weer introkken en van een brullende tijger veranderden in een lieve kat. Bizar!

4 jaar later

Opnieuw brak een onzekere periode aan, die uiteindelijk in januari 2017 werd beëindigd met DE uitspraak: opnieuw werd de klacht ongegrond verklaard! De rest van de dag kon niemand de glimlach van mijn gezicht af halen!

En toch.... het blijft bijzonder. Je probeert naar eer en geweten je werk goed te doen. Niet alleen omdat de klant dat van je vraagt, maar omdat je ook het maatschappelijk belang dient. Dat het BFT scherp is op o.a. accountants, dat vind ik goed. Nu nog steeds. Want wij hebben een bijzonder beroep. Net als zovelen. Wij worden ingehuurd door ondernemers om bepaalde werkzaamheden te verrichten. En dat moeten we uiterst zorgvuldig doen.

Want we werken niet alleen voor onze klanten, er zijn zoveel meer partijen die rekenen op onze zorgvuldigheid en deskundigheid. Dat is een groot goed, en dat vertrouwen mogen we niet beschamen.

Grenzen opzoeken

En dat maakt het nu juist bijzonder. In alle jaren dat ik nu als (assistent) accountant heb gewerkt, heb ik altijd gewerkt met die basisgedachte: ik wil prima meedenken met de klant om het maximale er uit te halen. Maar wat recht is, is recht. En wat krom is, dat is ook echt krom. Daar werk ik niet aan mee.

Ik vind ook oprecht dat je jouw klant daarvoor moet behoeden.

Dat is de afgelopen jaren ook wel gebleken. Want natuurlijk zoeken we wel eens een grens op, maar we overschrijden deze niet. En als dat wel zo is, zijn er consequenties. Die zijn dan voor de klant niet leuk, maar het kan en mag niet zo zijn dat ik daar de ogen voor sluit. Juist omdat er zoveel meer mensen hun besluiten nemen op datgene waar ik wat van gevonden heb.

Dat zijn allemaal facetten die tijdens de ruim 4 jaar durende rollercoaster speelde:

  • Heb ik wel juist gehandeld;
  • Was ik niet blind voor wat ik had moeten zien;
  • Was ik te mild in mijn werkzaamheden;
  • Was ik te afhankelijk van mijn klant?

Het antwoord daarop was tot viermaal toe helder: Nee!

Voor klant en maatschappij

Gelukkig kreeg ik twee keer de bevestiging dat ik (en daarmee dus de Jong & Laan) mijn werkzaamheden goed verricht heb. Ik bén kritisch, ik wil meedenken en meeveren, maar tot aan een zekere hoogte. Juist de jarenlange samenwerking met klanten en de kritische houding, maken dat ik mijn werkzaamheden op goed niveau kan uitvoeren. Niet alleen voor mijn klant, maar zeker ook voor de maatschappij.

Emoties in de meest heftige vorm

En zo ben ik op 18 januari 2017 uit de rollercoaster gestapt. Euphorie! Blijdschap! Onvoorstelbaar welke emoties zich allemaal in mij gemanifesteerd hebben de afgelopen 4 jaren. Nooit geweten dat ik me zo kon voelen. Ongeloof, onbegrip, onvoorstelbaarheid, tranen, onzekerheid, .... Alles in de meest heftige vorm.

Onvoorstelbaar welke emoties zich allemaal in mij manifesteerden

Maar ook heel veel steun, vooral van mijn collega's en onze advocaat. Want die steun, die had ik nodig. Dat kan vast iedereen beamen die ook in een zo'n rollercoaster heeft gezeten of nu nog steeds zit.

En mijn titel en/of werkzaamheden? Het is voorjaar geweest, de wilgen zijn gesnoeid en mijn titel komt er vooralsnog niet in te hangen.

 

En voor de echte die-hards:

Geen reacties
Plaats nieuwe reactie

Reageer op:

Annuleren